Leer elk kind lezen

x tot y% is dyslectisch



Peter May vergelijk de prestaties voor lezen en spellen in de DDR en de Bondsrepubliek.

Peter May vergeleek de prestaties voor lezen en spellen in de DDR en de Bondsrepubliek.

De Hamburgse wetenschapper Peter May vergeleek begin jaren negentig de spelling van kinderen die in de DDR school hadden gelopen met die van West-Duitse kinderen. Hij nam de vijf procent zwakste spellers uit de West-Duitse klassen en ging na hoeveel procent van de Oost-Duitse kinderen even zwak presteerde. In de eerste klas – bij zesjarige kinderen – schreef slechts 1,5 procent van de Oost-Duitse kinderen evenveel fouten als de 5 procent zwakste spellers uit het westen. In de negende klas – bij vijftienjarigen – was het verschil veel groter: 0,3 procent in de DDR tegen 5 in het westen. Dat wil zeggen: op de scholen in het westen zaten 17 keer meer extreem zwakke spellers dan in Oost-Duitsland. Ook een vergelijking van het aantal bijzonder goede spellers valt in het voordeel van de DDR uit: het niveau van de 25 procent beste spellers werd in de eerste klas door 34,6 van de DDR-kinderen gehaald, in de negende door 44,3 procent. (Het hele artikel leest u hier.)

Wie op zoek is naar verklaringen, zal niet veel succes boeken met de hypothese dat West-Duitsers gevoeliger waren voor dyslexie. (If anyone can show just cause why these children must be called dyslexic, let them speak now or forever hold their peace.) Peter May doet een paar andere voorstellen. Hierbij de vier belangrijkste op een rij.

DDR-kinderen kregen meer uren Duits op school. Ze kregen met andere woorden meer instructie- en oefentijd.

In de tijd schreven de kinderen gemiddeld veel meer. Kopieermachines waren in de DDR een zeldzaamheid en daardoor werkten de kinderen zo goed als nooit met invulblaadjes, waardoor ze veel meer oefening kregen.

Dat was ook duidelijk te zien de kwaliteit van hun handschrift. In de eerste klas leerden de kinderen een verbonden schrift, waaraan ze zich gemiddeld veel beter hielden dan de West-Duitse kinderen.

In de DDR werden leerkrachten minstens indirect verantwoordelijk gehouden voor de vooruitgang of het achterblijven van hun leerlingen. In het Westen daarentegen bestaat de volgens May ‘onzalige traditie om problemen met spellen als een probleem van het kind en zijn ouders te zien, en de school een alibi te bezorgen door het probleem als dyslexie uit te leggen.’

Wat Peter Mays cijfermateriaal betekent, is dit: schattingen over het percentage van de bevolking dat dyslectisch zou zijn, slaan nergens op. En wat Mays verklaringen voor de veel betere prestaties in de DDR betreft: in Dwaalspoor dyslexie worden erg vergelijkbare dingen voorgesteld ter verbetering van het lees- en schrijfonderwijs in Nederland en Vlaanderen.

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux