Leer elk kind lezen

Een slag in het gezicht



De Alfabetcode-stelling dat elk kind een vlotte lezer kan worden valt niet bij iedereen in goede aarde. Francine Philips bijvoorbeeld, een orthopedagoge die vanuit overleggroep OKLO (Ouders van normaal- en hoogbegaafde Kinderen met specifieke Leer- en/of Ontwikkelingsproblemen) het onderwijsdepartement adviseert, is het er niet mee eens. (Label ‘dyslexie’ niet slecht, wel te vaak gebruikt in schoolsysteem). Ze vindt dat idee een slag in het gezicht van de ouders van dyslectische kinderen, want: ‘Een leerstoornis is een leerstoornis, punt.’ Laten we eens naar haar argumenten kijken.

Volgens Philips sla ik dus mensen in het gezicht. Opmerkelijk genoeg zijn het niet de kinderen met dyslexie de klappen krijgen, maar hun ouders. Dat zou natuurlijk een slordigheidje van de journalist kunnen zijn. Toch spelen de ouders in Philips’ kijk op de zaak wel een erg opmerkelijke rol. “We zien een vicieuze cirkel: een ouder merkt op dat zijn kind niet vlot leest. Hij of zij brengt de leerkracht op de hoogte, die nog al te vaak een bewijs daarvoor vraagt, zwart op wit. Waardoor ouders op zoek gaan naar een officiële diagnose van de leerstoornis.” Kijk eens, mevrouw Philips, een beetje leerkracht hoort te weten hoe goed de kinderen in zijn klas vooruitkomen. Als uw kind niet vlot leest en de leerkracht heeft dat niet in de gaten, dan krijgt uw kind slecht leesonderwijs. En dat is nu net mijn punt: dat de effectiviteit van het onderwijs de cruciale factor is.

Verder benadrukt Philips dat de efficiëntie van de Alfabetcode tot dusver niet wetenschappelijk bewezen is. De Alfabetcode is een “nieuwe denkoefening die voor sommige kinderen zal werken, maar anderen niet beter doet lezen.” Beste mevrouw Philips, is die voorspelling van u dan wél wetenschappelijk bewezen? U stelt dat kinderen die gemakkelijk leren lezen, dat via gelijk welke methode kunnen. Er is een massa wetenschappelijk bewijs voor het tegendeel. Methodes die de schriftcode via hele woorden proberen te kraken, leveren veel meer zwakke lezers op dan methodes afzonderlijke klanken aan tekens koppelen. En bent u er zeker van dat gemakkelijk lerende kinderen het allemaal goed leren als de methode hen foute dingen leert? De gebruikelijke methodes doen dat massaal – het bewijs vindt u in Dwaalspoor dyslexie – maar de orthopedagogen die het debat over dyslexie als hun domein beschouwen, willen het daar nooit over hebben.

Waar Philips wel zeker van is, is dit: “Oefening baart kunst. Meer lezen doet beter lezen.” Neen, mevrouw Philips, oefening baart helemaal geen kunst. U weet dat, u zegt zelf dat ‘je vreselijke chauffeurs hebt met veel ervaring achter het stuur.’ Dat komt omdat je niets ‘al doende’ leert. Wat oefening doet, is gewoontes ontwikkelen. Wie slechte gewoontes heeft aangeleerd, wordt niet beter door ze in te oefenen. Stel – nu we het toch over auto rijden hebben – , mijn rij-instructeur zegt dat ik me van verkeersborden niets hoef aan te trekken. Dan wordt mijn rij-examen een ramp. Heb ik dan meer oefening nodig? Of heb ik meer aan iemand die me uitlegt waar verkeersborden goed voor zijn? Nogmaals: mijn stelling is dat we kinderen niet goed genoeg uitleggen hoe het schrift werkt, dat we dat beter moeten doen én dat we dat kunnen.

Weigeren daarover na te denken, mevrouw Philips, zoals u doet met uw ostentatieve punt achter uw stelling dat een leerstoornis – waarvan het bestaan nooit is aangetoond – hoe dan ook een leerstoornis is, dát is pas een slag in het gezicht van kinderen die een leven tegemoet zien waarin lezen geen reflex maar een karwei is.

No Comments Yet

Leave a Reply

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux