Leer elk kind lezen

Waarom de experten zo boos op me zijn



Toen de Alfabetcode een beetje televisie-aandacht kreeg, gingen de Vlaamse dyslexie-experts prompt en vooral boos aan het twitteren: dat ik geen publicaties heb en zij wel, dat ik dus over dyslexie mijn mond moet houden. Kritiek op wat ik te zeggen heb kun je zoiets niet noemen. Dit is niets anders dan een rode kaart, een uitsluiting uit de debatten. Waaraan verdien ik die eigenlijk? Waarom kunnen we niet beleefd over onze meningsverschillen discussiëren?

Over wat dyslexie precies is, zijn de experts uit Brussel, Gent en Leuven het niet met elkaar eens. Toch is er een gemeenschappelijke kern: dyslectici hebben problemen met lezen en spellen. Die problemen zijn ernstig en hardnekkig. En ze zijn niet te verklaren door tekortschietend onderwijs.

Dat wil zeggen: iedereen die in Vlaanderen of Nederland dyslectisch is verklaard heeft goed leesonderwijs gekregen, – goed genoeg om niet in aanmerking te komen als verklaring voor de leesproblemen die nooit opgelost zijn geraakt. Voor iedereen die als dyslectisch proefpersoon bij het onderzoek van de experten is betrokken, geldt hetzelfde: het leesonderwijs dat hij heeft gekregen was altijd goed genoeg, – slachtoffers van ineffectief leesonderwijs zijn immers per definitie niet dyslectisch.

Dat het leesonderwijs dat dyslectici hebben gekregen echt goed was, is iets wat de experten aannemen. Weten doen ze het niet en checken doen ze hun aanname nooit. Als er regulier onderwijs was en er was er genoeg van, zal het wel goed geweest zijn, lijken ze te vinden. En als een voldoende grote portie individueel werd toegediend, is het kind dat maar met letters blijft sukkelen waarschijnlijk didactisch resistent.

En nu verschijnt er een nieuw iemand ten tonele.  Hij is geen orthopedagoog, geen psycholoog, maar een filoloog die zich steeds minder op literatuur en steeds meer op taalkunde is gaan toeleggen. Werken doet hij op de UHasselt, de kleinste universiteit in Vlaanderen en daar heeft hij niet eens een onderzoeksopdracht. Maar: hij schrijf een boek en levert het – tot dusver niet weerlegde – bewijs dat er ernstige fouten zitten in de methodes voor (aanvankelijk) lezen en spellen. En bijgevolg dat wat de meeste kinderen op Vlaamse en Nederlandse scholen over lezen en spellen leren, zelden helder is en vaak simpelweg fout.

De orthopedagogen en psychologen zitten nu in een lastig parket. Tegen mijn stelling kunnen ze zich maar moeilijk verweren: nadenken over taalkundige problemen is niet hun metier. Maar als mijn stelling klopt, hebben alle kinderen ineffectief leesonderwijs gekregen, en is – per definitie – niemand nog dyslectisch.  Alle dyslexie-attesten berusten in dat geval immers op een foute aanname, – de aanname dat het onderwijs dat de kinderen hebben gekregen, hun problemen niet verklaart.

Maar dat is niet alles. Als elke moeizame lezer ineffectief onderwijs heeft gekregen, als geen enkele moeizame lezer bijgevolg dyslectisch mag worden genoemd, dan gaan de onderzoeken waarover de experten zo vlijtig hebben gepubliceerd, niet over dyslexie of dyslectici. Dan berust de academische status van de experts op onderzoek dat misschien wel nergens over gaat.

Dat is niet prettig voor ze. Vooral niet als het waar is. En daarom zijn ze boos.

 

(Sigmund-cartoon uit de Volkskrant februari 2017. De hoogleraar over wie Sigmund het heeft, is Anna Bosman.)

No Comments Yet

Leave a Reply

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux