Leer elk kind lezen

Wat we uit PISA leren (bis)



Op sinterklaasdag verscheen het laatste PISA-rapport. Vlaanderen speelt in alle categorieën mee voor de medailles, helaas ook in de categorie ongelijkheid. De onderwijskundigen van de Gentse universiteit wezen in dit verband op de correlatie met taal: kinderen die thuis geen Nederlands spreken presteren slechter. Onderwijsminister Crevits volgde. Vervolgens: boze opiniestukken, vooral in de krant De Morgen. Vooral academici met een migratieachtergrond vonden dat bijvoorbeeld thuis Turks spreken niet als taalachterstand, maar als rijkdom moet worden beschouwd. En zo ging het debat binnen de kortste keren over integratie, over waarom we zo zelden een Gürsel met een Charlotte zien trouwen, maar niet meer over onderwijs.

Dus probeerde ik de puntjes weer op de i te krijgen. En bij De Morgen wilden ze mijn opinie wel. Hier leest u het in de krant, als u liever bij ons blijft, leest u hieronder gewoon door.

Misschien moeten we het ook eens hebben over wat succesvolle scholen anders doen

Vier dagen duurde het om de commentaren over de gemiddeld zwakkere prestaties van leerlingen met een migratieachtergrond in het Vlaamse onderwijs te laten uitmonden in gebakkelei over de suggestie dat migranten misschien wel met de verkeerde mensen trouwen. Terwijl over de meest voor de hand liggende verklaring nog met geen woord was gerept: als het aantal jongeren dat bijvoorbeeld het basisniveau voor lezen niet haalt gestaag stijgt, zou dat niet kunnen komen omdat ze het gewoon nooit goed hebben geleerd?

De basis voor taalvaardigheid wordt thuis gelegd, de basis voor leesvaardigheid op school: in de eerste plaats op de lagere school.

Eerst nog even de cijfers. In twaalf jaar tijd is het aantal vijftienjarigen dat niet goed genoeg kan lezen om efficiënt aan het dagelijkse leven te kunnen deelnemen met ruim 40 procent gestegen. In 2003 ging het om 12 procent, in 2015 om 17 procent. Onderwijsminister Crevits zoekt de verklaring voor die evolutie in de thuissituatie van de betrokken leerlingen: vooral in het feit dat ze thuis geen Nederlands spreken. De correlatie tussen thuistaal en onderwijsprestaties staat onomstotelijk vast, stelt ze. Dat klopt ook, maar correlaties zijn geen oorzaken. Als leerlingen thuis geen Nederlands spreken, maakt dat hun schoolcarrière er inderdaad niet makkelijker op. Maar thuis wél Nederlands spreken maakt kinderen niet leesvaardig. De basis voor taalvaardigheid wordt thuis gelegd, de basis voor leesvaardigheid op school: in de eerste plaats op de lagere school.

Van de 17 procent leerlingen die het basisniveau voor lezen niet haalden, zijn veruit de meeste in Vlaanderen geboren. We mogen dus aannemen dat die zes jaar lagere school achter de rug hebben. Tóch moeten ze op hun vijftiende als laaggeletterd worden beschouwd. Hoe kan dat? In september 2013 stelde de Vrije CLB-koepel vast dat kinderen uit de eerste drie leerjaren van de lagere school systematisch slechter scoren voor technisch lezen dan vijftien jaar voordien. Over hoe dat komt, wilde men niet veel zeggen, maar wel dat de verklaring niets te maken heeft met het toenemende aantal anderstalige leerlingen: ook Nederlandstalige leerlingen lezen slechter, zo blijkt uit de cijfers. Dat de CLB-studie over technisch lezen gaat en het PISA-onderzoek over begrijpend lezen, betekent niet dat er tussen beide geen verband zou zijn: de letters vlot decoderen is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Het is niet de enige, maar wel een noodzakelijke. Wie niet goed is in technisch lezen, is dat ook niet in begrijpend lezen.

Als kinderen slechter lezen dan vroeger, moeten we ons afvragen hoe we ze weer beter leren lezen. Van het antwoord worden alle kinderen beter, ook die met anderstalige, armere of laagopgeleide ouders. Als er problemen zijn met de effectiviteit van een onderwijsaanpak, vallen de klappen namelijk altijd het eerst in die bekende risicogroepen. Bovendien: wie vlotter leest, leest gemiddeld meer en pikt op die manier woorden, structuren en registers op die in de tafelgesprekken thuis nooit te horen zijn, ook niet als Nederlands de thuistaal is.

Als we nu eens een duidelijk doel voor ogen zouden houden: aan het eind van de basisschool is elk kind een vlotte lezer.

Een eerste stap om de effectiviteit van het leesonderwijs op de basisschool op te krikken zou een ambitieuzer stel eindtermen zijn. Voor lezen behalen basisschoolkinderen die nu, als ze in diverse teksten op hun niveau ‘informatie kunnen achterhalen’. Hoeveel moeite, hoeveel tijd, hoeveel gesukkel hen dat mag kosten, zeggen de eindtermen niet. Het lijkt er dus sterk op dat kinderen niet eens vlot hoeven te leren lezen op school. Verbaast het dan dat 17 procent van de vijftienjarigen het niet kan? En dat kinderen met anderstalige ouders in die groep oververtegenwoordigd zijn? Als we nu eens een duidelijk doel voor ogen zouden houden: aan het eind van de basisschool is elk kind een vlotte lezer. Sommige scholen doen dat nu al, andere hebben in het zesde leerjaar dertig procent zwakke lezers. Wat doen we daarmee: blijven we zulke verschillen verklaren door naar de thuissituatie van die kinderen te kijken, of zullen we het ook eens hebben over wat die succesvolle scholen anders doen?

PS Drie jaar geleden schreef ik over wat we uit PISA leren ook al eens een stuk voor dezelfde krant. U leest het hier. En dan ziet u: het rapport legt dezelfde problemen bloot, de reacties zijn dezelfde en er omdat de discussies steevast om de hete brij heen draaien, verandert er nauwelijks wat.

Nog geen commentaren

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

De Alfabetcode bij Van Gils en Gasten

Klik op de afbeelding om het gesprek te bekijken.

Nikslexie: de Alfabetcode-film

Klik op de afbeelding om de documentaire te bekijken.

Basiskoppelingen oefent u zo

Klanken herkennen? Letters schrijven? Basiskoppelingen maken? Klik op de afbeelding en kijk hoe dat gaat.

Vlotheid trainen gaat zo

Klik op de afbeelding om de tutorial te bekijken.

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux