Het hele basisschoolprogramma in één boek – hoe u daaraan begint

Exit dyslexie bestaat uit twee grote delen. Het eerste beschrijft alles wat u moet weten om elk kind een vlotte lezer te helpen worden. Het tweede alles wat u moet doen.

Dat tweede deel vinden sommige lezers nogal intimiderend. Maar: wat er in het boek staat is de leerstof voor 7 jaar op school: van de laatste kleuterklas tot het eind van de basisschool. U hoeft dus niet van meet af aan dat hele traject helder voor u te zien. Dat is veel te veel om in één klap te behappen. Als u een spelletje schaak speelt, kijkt u misschien een zet of twee, drie vooruit, maar geen twintig. Als u met Alfabetcode aan de slag gaat, is het net zo. Wat u helder voor ogen en paraat moet hebben zijn de altijd de volgende paar stappen, meer niet. En dan kunt aan de slag.

Behalve Exit dyslexie hebt u nog paar dingen nodig:  blanco schriftjes met goede (!) hulplijntjes, optioneel Schriftcode en Ik lees al en ten slotte schrijfmateriaal. Ik leg dat even uit.

Exit dyslexie, om te snappen wat uw kinderen moeten leren, waarom ze dat met de aanpak op school waarschijnlijk niet zouden leren, en waarom ze met de Alfabetcode veel betere kansen hebben om het nog goed te leren. Exit dyslexie koopt u in de boekhandel of online.

We gaan leren lezen door te leren schrijven. Dus hebt u schrijfmateriaal nodig. Dat moeten uw kinderen namelijk goed leren hanteren. Voor voorbereidend kleurwerk: een goed stel fijne kleurpotloden. (Geen dingen die elk kind spontaan in zijn vuist zou nemen.)

Zodra u letters gaat schrijven, neemt u beter geen balpen. Door het balletje in de pen schiet de pen namelijk makkelijk uit. Vergelijkt u het met leren lopen: dat gaat op rolschaatsen moeilijker dan op blote voeten of met een goede schoen. Wat u nodig hebt is dus een prettig schrijvende pen, die voldoende weerstand biedt. De beste oplossing is een extra fijne vulpen of een fijne gelschrijver: 0.4 is fijn genoeg, dikker dan 0.5 zou ik afraden. Als u even wilt kijken om wat voor pen het gaat: hier is een link naar een 0.4 en hier gaat het naar een 0.5.

Mochten de gelpennen niet leverbaar zijn, dan kunt u zich behelpen met een goed 0.5 mm-vulpotlood. Denk er dan wel om dat potloodpunten afvlakken en dat de lijn dus dikker wordt terwijl u werkt. Daarom moet u het potlood vaak genoeg een kwartslag draaien. 

Verder: goed gelinieerd papier. U kunt de kopieerbladen in Exit dyslexie kopiëren. U kunt ze ook van de website downloaden. Dat zijn de goedkoopste oplossingen, maar voor uw kinderen wellicht niet de prettigste. Prettiger is een setje blanco schriftjes (met alleen maar hulplijntjes erin): die zijn zeker ook prettiger dan losse blaadjes. Voor beginnende schrijvers neemt u schriftjes met de hulplijntjes op 4 mm van elkaar, voor kinderen die de lettervormgeving onder de knie hebben neemt u 3 mm. U vindt ze hier.

Op school werkt u het best met een setje Schriftcode. (Schriftcode hoeft u niet in bulk te kopen. Ook als u thuis werkt is het een optie.) In Schriftcode-boekjes vinden kinderen de voorbeeldletters (met analyse van de opbouw) en de oefeningen om die zelf te schrijven telkens op één blad. Dat werkt handiger dan behelpen met wat ik in Exit dyslexie beschrijf over lettervormgeving en het wordt er beslist wat aantrekkelijker door. U krijgt er trouwens gratis nog een uitgebreide online handleiding bij. Die oneindig leerrijk, zowel voor u, als voor uw kind.

Daarnaast zijn er ook IK LEES AL-boekjes. Het eerste daarvan is zo gemaakt dat kinderen die nog niet alle letters en klank-tekenkoppelingen hebben geleerd, tóch al wat te lezen hebben. Overigens: alles wat ze daar kunnen lezen, kunt u ook gebruiken voor kleine dicteetjes. Kinderen die het boekje uit hebben, kunnen verder lezen in de deeltjes IK LEES AL verhaaltjes en IK LEES AL een verhaal.

Hoe gaat u te werk?

Wat ik u zou aanraden is dit. Leest u eerst Exit dyslexie goed door. Over alles wat u niet – of niet goed – snapt, mag u mij mailen. U gebruikt het contactformulier en ik antwoord zo gauw ik kan. (Dat is niet altijd zo gauw als ik zou willen. Bijvoorbeeld in examenperiodes moet ik het werk voor mijn studenten laten voorgaan.) Zodra u zich daar klaar voor voelt, begint u met uw kinderen bij het absolute begin: slakkentaal (foneembewustzijn). Ook al kunnen ze al wat letters schrijven en simpele woorden lezen, ook al heeft een ‘diagnostische test’ uitgewezen dat ze vooral hier en daar problemen hebben. Van bij het begin beginnen geeft u de zekerheid dat ook de basis van het huis gaat bouwen stevig staat. Als u dat overslaat hebt u hooguit dat vermoeden. Overigens: er is uitdaging genoeg, want vanaf nu moeten de letters niet ongeveer goed worden geschreven, maar precies en ondubbelzinnig. Kinderen die ‘het moeilijk hebben met uu, ui en eu‘ bijvoorbeeld, schrijven die lettercombinaties ook meestal slordig: ui is dan een paar beentjes met ergens een puntje erop. Precies vormgegeven letters zijn een remedie tegen dat soort verwarring. Laat u dus vooral niet afschrikken voor de positie die ‘goed handschrift’ in de Alfabetcode heeft.

Zodra ze wat met slakkentaal uit de voeten kunnen, zet u de volgende stap. Ze krijgen gauw genoeg in de gaten dat bij u ze elke dag iets bijleren. En als u ergens op vastloopt, dan mailt u.

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.