Weg met dt?

Psycholinguïst Dominiek Sandra ( Universiteit Antwerpen) vindt dat we ze maar moeten afschaffen, die dt-regels. Sandra houdt zich al een paar decennia bezig met de vraag waarom iedereen dt-fouten maakt. Kort gezegd komt het hierop neer. Als we schrijven, zijn we vooral bezig met wat we willen zeggen, niet met persoonsvormen en het kofschip. Daardoor schrijven we gewoon de vormen die het eerst bij ons opkomen. Dat zijn de vormen die we het vaakst zien. ‘De frequentste vorm bepaald alles,’ schrijven we dan. Het probleem is niet dat we de regels niet snappen, het probleem is dat ons geheugen het nadenken over regels de pas afsnijdt. En dat overkomt ons allemaal.

Daar zit iets in. Schoolkinderen zijn vermoedelijk ook alleen maar ‘app en vloed’ of ‘coolkast’ gaan schrijven omdat ze de woorden ‘app’ en ‘cool’ vaker te zien hebben gekregen dan ‘eb’ en ‘koel’.

En dus vindt Sandra, moeten we maar geen regels overeind houden die slecht bij ons taalbrein passen en daardoor spelfouten onvermijdelijk maken. Dat is geen kwestie van gemakzucht, van taalverloedering of van ‘de lat lager leggen’. Het is een kwestie van gezond verstand, zegt hij, want ‘als wetenschapper laat ik me leiden door feiten, niet door een ideologie, niet door gemakzucht.’ Vandaar zijn oproep: ‘Maak nieuwe regels die passen bij de werking van ons taalbrein.’

Heeft Sandra gelijk?

Ook zorgvuldige spellers maken fouten. Dat klopt zonder twijfel. En dus hoeft een occasionele spelfout niet op domheid of problematische slordigheid te wijzen. Zelfs niet als het om een dt-fout gaat. Sandra heeft zeker een punt als hij wat aan de status van de dt-kwestie morrelt: die laat heus het verschil niet zien tussen beschaafde mensen en primitieve pummels.

Maar: mededogen is één ding, de huidige regeling afschaffen is wat anders. Daar zijn namelijk kosten aan. Zo maakt een ingrijpende hervorming van de spelling bijvoorbeeld dat de collecties in alle school- en openbare bibliotheken in een klap aan vervanging toe zijn. Een nieuwe regeling moet die prijs waard zijn.

Dat betekent niet dat we niet zouden mogen nadenken over de vraag of we met andere regels niet een hoop spellingverdriet zouden kunnen vermijden. Sandra doet een voorstel: ‘schrijf de stam altijd op dezelfde manier en volg daarna de regels voor de spelling van open en gesloten lettergrepen. Dan spellen we ik/jij/zij/hij word en het is gebeurt. We schrijven dan ook zij brande en ik hate.’ Daarmee lijkt de zaak inderdaad opgelost: in de werkwoorden zien we geen dt meer.

Maar zijn we daarmee van onze problemen af? Als we willen weten hoe breed een kamer is, meten we dan de ‘breedte’ of wordt dat ook de ‘brete’? Als we willen zeggen hoe groot een groep is, hebben we het dan voortaan over de ‘grote’ van een groep? Vergeleken bij Sandra’s werkwoordspelling lijkt het consequenter om dat inderdaad te doen, maar vergeleken bij woorden als ‘hoogte’ en ‘dikte’ net minder consequent.

Natuurlijk kunnen we afspreken dat we ‘breedte’ ongemoeid laten en alleen bij de werkwoorden komaf maken met dt. Maar schrijven we dan ‘gehandttekent’ of ‘gehantekent’? Dat is toch een werkwoord. Kunnen werkwoorden dan tóch, weliswaar in het midden, ‘dt’ hebben? Is dat wel consequent? Wie opwerpt dat die dt ontstaat omdat ‘handtekenen’ een ‘in elkaar gezet woord’ is, zal moeten toegeven dat dat voor de dt in ‘hij wordt’ ook geldt: die ontstaat omdat een stam die op een d eindigt er vanwege ‘hij’ een t bijkrijgt en is dus net zo goed ‘in elkaar gezet’.

Het valt dus nog maar te bezien of Sandra’s regels beter ‘passen bij de werking van ons taalbrein’ en inderdaad ‘geen spelfouten veroorzaken’. In die discussie houdt hij een slag om de arm: ‘Mijn voornaamste drijfveer bij het onderzoek van dt-fouten is altijd louter wetenschappelijk geweest. Waarom zijn dt-fouten zo hardnekkig? […] Als ik toch verder ga dan de onderzoeksresultaten zelf verlaat ik het domein van objectieve uitspraken en is mijn standpunt, net als elke mening, subjectief.’

Dat brengt ons bij een opmerkelijke mantra in Sandra’s stukken: altijd weer zal hij benadrukken dat hij een wetenschapper is, dat zijn bevindingen over de ‘logische dt-regel die slecht bij ons taalbrein past’ objectief zijn, wetenschappelijk en buiten discussie staan. Even opmerkelijk is wat Sandra niet zegt: dat spelling iets anders is dan taal. Toen we in 1995 van ‘pannekoek’ op ‘pannenkoek’ overstapten, veranderde de spelling, maar aan het Nederlands veranderde er niets. Sandra gaat aan die simpele observatie voorbij. Sterker, hij suggereert dat het anders in elkaar zit: ‘Wellicht is de dt-discussie één van de beste illustraties van de sterke band tussen taal en emotie.’ Wat hij had moeten zeggen is: ‘Met taal heeft de dt-discussie maar weinig te maken.’

En daar zit de achilleshiel in Sandra’s betoog. Als de dt-regels maar weinig met taal te maken hebben, dan kan de verklaring voor onze moeilijkheden met die regels ook niet veel met ons taalbrein te maken hebben. Of is het echt zonneklaar dat de foute ‘d’ in ‘De frequentste vorm bepaald alles’ door het taalbrein is ingelepeld, door de aangeboren breininfrastructuur die iedere baby in staat stelt de taal van zijn moeder zonder bewuste inspanning op te pikken?

Zou die ‘d’ niet eerder het effect zijn van de manier waarop we die dt-regeling hebben geleerd? Talloze kinderen leren spelling op werkblaadjes: ‘Vul in: bepaalt of bepaald.’ Als ‘bepaald’ vaker juist blijkt, leren die kinderen dat ze bij twijfel of gebrek aan tijd maar beter ‘bepaald’ schrijven. Als ze daar een gewoonte van maken, slagen ze op hun sokken voor hun toetsen op school, maar blijven ze dezelfde fouten maken.

Toch wijt Sandra de hardnekkigheid van dt-fouten aan het slechte huwelijk tussen de logica van de regels en de werking van ons taalbrein. Dat is beslist een wetenschappelijk meer prestigieuze keuze, maar helaas ook een voorbarige: de spelling is de taal niet en over de werking van het taalbrein zegt Sandra’s onderzoek namelijk niets.

En dus is er in Sandra’s betoog voorlopig niet een goede reden te vinden om de regels bij te stellen en complete bibliotheekcollecties de papierversnipperaar in jagen.

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.